Klimaatlat

Vooruitlopend op mogelijk beleid, gebaseerd op de EU-richtlijn voor luchtkwaliteitseisen en klimaatbeleid, is het gewenst om broeikasgasemissies uit de Nederlandse veehouderij te reduceren. Het ontwikkelen van een certificeerbare aanpak waarmee de bouw van stallen met emissiereducerende maatregelen kan worden gestimuleerd, kan daar een bijdrage aan leveren.

Naar aanleiding van eerder uitgevoerd literatuuronderzoek zijn in 2019 zes vervolgprojecten geformuleerd die nog nodig waren om van een theoretische benadering te komen tot beoordelingscriteria voor emissiereducerende maatregelen. Hierbij speelden vooral onduidelijkheden over relaties tussen methaan(CH4)-, lachgas(N2O)- en ammoniak(NH3)-emissies tijdens diverse processen of opslagomstandigheden een belangrijke rol.

Doel

Doel van het project was zorgen dat potentiële maatregelen beoordeeld kunnen worden en, in de vorm van een Klimaatlat als onderdeel van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV), gepubliceerd en in gebruik genomen. De Klimaatlat bestaat uit een puntensysteem voor (stal)maatregelen ten aanzien van reductie van broeikasgassen (koolstofdioxide (CO2) afkomstig van fossiele energiebronnen, methaan (CH4) en lachgas (N2O)) en heeft betrekking op rundvee, varkens en pluimvee.

 

Resultaten

Voor implementatie in de Klimaatlat is slechts en beperkt aantal maatregelen praktijkrijp. Door het opnemen van deze maatregelen wordt echter de bewustwording en verdere ontwikkeling van maatregelen gestimuleerd. De nu opgenomen maatregelen beperken zich tot drijfmestsystemen, waarbij snelle verwijdering van mest uit het dierverblijf gekoppeld wordt aan emissiearme opslag of mestverwerking.